donderdag 21 november 2013

Bos niet langer Verspipperd

 project tegen versnippering Zoniënwoud

(Belga) De volgende vier jaar moet het Life+-project de versnippering van het Zoniënwoud tegengaan. Het woud wordt doorsneden door verschillende verkeersassen, maar met het project zullen door de aanleg van faunapassages en een ecoduct de verschillende ecologische hotspots met elkaar verbonden worden. Het project werd vanmiddag gelanceerd in het Bosmuseum in Hoeilaart door Herman Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad. 
Herman Van Rompuy stelt project tegen versnippering Zoniënwoud voor Het Life+-project draagt officieel de naam OZON, wat staat voor Ontsnippering van het Zoniënwoud. En versnipperd is het 5.000 hectare grote boscomplex zeker: boven, onder en langs de Ring rond Brussel en de E411 worden verschillende ecologisch waardevolle gebieden door betonstroken en een spoorlijn doorkruist en dus afgesneden van elkaar. Deze versnippering verhindert dat dieren van het ene naar het andere gebied migreren en zorgt voor gevaarlijke verkeerssituaties wanneer dieren toch de wegen oversteken.
Met het Life+-project zullen meer dan 10 faunapassages en een ecoduct aangelegd worden. Daarvoor is een budget beschikbaar van 6.716.040 euro, waarvan de helft van Europa komt.

Concreet worden gepland: een groot ecoduct over de Ring tussen Groenendaal en Waterloo, vier boombruggen over de Ring en E411, ter geleiding van onder meer eekhoorns, boommarters en vleermuizen, en drie ecotunnels voor de migratie van onder meer dassen en amfibieën.

woensdag 20 november 2013

dinsdag 19 november 2013

Seuphor in FelixArt



Michel Seuphor (pseudoniem van Fernand-Louis Berckelaers, Antwerpen, 1901- Parijs, 1999) is één van de sleutelfiguren uit de kunstscène van het interbellum. Deze intellectuele omnivoor was als dichter, essayist, kunsthistoricus en criticus dé voorvechter van de abstracte kunst. Zijn veelzijdigheid is fenomenaal. Begonnen als flamingantische propagandist in Antwerpen, heeft hij zich spoedig tot een internationaal Fransschrijvend auteur ontwikkeld. Hij was een grote verdediger van de strakke neoplasticistische idealen, maar integreerde tegelijk ook speelse dadaïstische elementen in zijn oeuvre. Hij was niet alleen de historiograaf van de avant-gardistische bewegingen maar ook visionaire auteur van internationalistische en humanistische essays. Naast zijn literair oeuvre bouwde hij tevens een aanzienlijke carriere als beeldend kunstenaar. Het FeliXart Museum brengt een overzicht van zijn plastisch werk, dat naast tekeningen, collages en assemblages, ook uit toegepaste kunst bestaat, opnieuw onder de aandacht. Deze tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met de Indivision Berckelaers en dankzij talrijke bruiklenen in binnen- en buitenland. Naast het Designmuseum Gent, het Letterenhuis en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience in Antwerpen, werkt het Felixart Museum samen met het Gemeentemuseum van Den Haag en het Centre Pompidou (Parijs) waar de laatste retrospectieve tentoonstellingen in 1976 en 1977 werden gehouden.



Deze tentoonstelling is een initiatief van het FeliXart Museum en de Indivision Berckelaers.
Catalogus
Ter gelegenheid van de tentoonstelling publiceren FeliXart Museum en Pandora Publishers een omvangrijke catalogus.
De publicatie is meertalig (Nederlands, Frans, Engels en Duits) en rijkelijk geïllustreerd.
Auteur: Sergio Servellón
Educatieve werkingEen educatieve ruimte geïnspireerd op Mondriaans decor voor ‘L’Ephémère est éternel’ zal tijdens de tentoonstelling dienst doen voor verschillende workshops rond tekst, beeld en poëzie.

Bron: Website van het Felix Deboeck Museum Felix Art.

Wij waren op de Vernissage op 17 november 2013 en brengen in een volgende bijdrage enkele beschouwingen over de verhouding tot het Herman Teirinckhuis.


maandag 18 november 2013

Wie ziet het nog zitten in Halle?



Een toekomst voor de Halse Binnenstad


De jongste tijd mogen we in Halle kennis maken met een veelvoud aan plannen en projecten die de stad een volkomen nieuw uitzicht moeten geven.
Deze bewonderenswaardige dynamiek dreigt echter vanuit twee invalshoeken op haar eigen grenzen te stoten.
1.    De toestand van de stadsfinanciën
2.    Het dichtslibben van de binnenstad.
Met die wetenschap in het achterhoofd willen we zowel de bevolking als de politici wakker schudden en hen laten weten dat we ons grote zorgen maken over de levenskwaliteit in de stad in het algemeen, over de mobiliteitsknopen in de stad in het bijzonder en over de (on)mogelijkheid om die nog te ONTknopen.
De concrete aanleiding is het lopende openbaar onderzoek voor het RUP (Ruimtelijk Uitvoerings Plan) Parklaan-Zenne-Vondel dat maandag 18 november is afgesloten. Wij hebben ons standpunt daarover  bekendgemaakt op een persconferentie in samenspraak met de Fietsersbond Halle en het Wijkcomité Sint-Rochus. 

Hieronder de kern van onze boodschap

1.    Het RUP zelf
1.De documenten die ter inzage liggen en waarop de Halse burger kan reageren, omvatten zowat 200 bladzijden tekst. Los daarvan is er nog een lijvig Milieu Effecten Rapport (MER). De inspraak van de bevolking is dus wel reëel maar ook voor een deel kunstmatig.
2. De vele waardevolle beschouwingen die in de teksten staan, zijn grotendeels vrijblijvend. Alleen het plan zelf en de BINDENDE bepalingen (Stedenbouwkundige Voorschriften) zullen uiteindelijk rechtskracht hebben.
3. Wij erkennen en waarderen de positieve ideeën die het plan bevat. Maar we reageren uiteraard op de minder goede elementen.
4. De achilleshiel in het RUP is natuurlijk de “Projectzone Arkenvest” en aanpalende “Nieuwe Pit” met wonen, winkelen en parkeren.
Zoals reeds in de periode 2005-2006 bleek, is de ondergrondse parkeergarage met 360 plaatsen aan de Arkenvest voor velen een doorn in het oog. De Gecoro en de  Vlaamse administraties ANB  (Agentschap Natuur en Bos) en LNE  (Leefmilieu Natuur en Energie) formuleerden er al zware bedenkingen bij. Ook voor ons is dit geen stadsrandparking en  derhalve een bron van allerlei mobiliteitsproblemen.  De kernvraag is dus of het stadsbestuur  bewust of onbewust de plannen van projectontwikkelaars  moet dienen of dat het zal kiezen voor het welzijn van haar bevolking.
Al de argumenten die reeds in de periode 2005-2006 werden aangehaald door het Actiecomité Red het Parkske, blijven ook nu onverminderd gelden .Maar intussen is de situatie op het terrein grondig veranderd, als gevolg van de zeer intense immobiliënactiviteit ins de Halse stadskern en omgeving.
2.    Woonbeleid
De opwaardering van het Halse woonbestand is een goede zaak. Maar ook hier moeten grenzen gerespecteerd worden. Voor ons is het niet meer duidelijk waar die grenzen liggen en of ze nog haalbaar zijn. Er is dus behoefte aan een degelijke inventaris van recent uitgevoerde en op korte en middellange termijn op stapel staande nieuwbouwprojecten. (Residentie Parkske, Rivierenhof, Nederhem, Roy’alle Vuurkruisenlaan, inbreiding Zr Bernardastraat, Stroppen, Arkenvestproject…. ). Deze lijst is niet volledig en blijkbaar wil het Stadsbestuur nog andere zones “ontwikkelen” die op de stadskern aansluiten.
Heeft de stad zelf nog wel zicht op de te verwachten uiteindelijke bevolkingsgroei? In welke mate houdt het Mobiliteitsplan al dan niet voldoende of afdoende rekening met deze bevolkingstoename?

3.    Gefragmenteerde inspraak
Halle doet veel inspanningen op het vlak van inspraak van de bevolking. Het grote probleem daarbij is dat het telkens gaat over kleine, aparte fragmenten in het verhaal van de stedelijke ontwikkeling.
De begeleidende teksten, die geen bindende waarde hebben, doen telkens het beste verhopen, want ze bevatten altijd opnieuw mooie principes en lovenswaardige ideeën. Maar die worden in de praktijk dus niet waargemaakt.
We zijn voor een leefbare stad voor bewoners, bezoekers en handelaars. We zouden graag zien dat het stadcentrum een fijne plek wordt waar fietsers en voetgangers veilig zijn en niet constant door autoverkeer worden bedreigd. Dat komt neer op wat men het Stop-principe noemt. Dit principe wordt in de plannen van de stad enkel in theorie toegepast maar in de praktijk zien de bewoners geen vooruitgang.

We vrezen dan ook dat het merendeel van de bevolking, net zoals wij, niet meer kan volgen. Er worden zoveel ingewikkelde en grote studies gedaan, er staan zoveel nieuwe bouwprojecten en ontwikkelingen op de agenda. Kanaal, stationsomgeving, parkeermogelijkheden, RUP’s, mobiliteitsstudies, woonstudies, stadsmonitor…..)
Bij al deze overwegingen hebben we dan nog niet de rol van Halle als centrumstad voor Pajottenland en Zennevallei betrokken, evenmin de mogelijke economische evoluties en de rol van de grootste speler daarin.
Veel van die plannen kunnen niet waargemaakt worden zonder externe hulp (hoger overheden, projectontwikkelaars) (zie de inkokering van de N203a, de overbrugging en verdieping van het Kanaal, … )
Er wordt veel beloofd maar er is geen geld (meer). Ondertussen stijgt het aantal inwoners en dus ook het aantal wagens dat in de files terecht komt en moet kunnen parkeren. Daarmee daalt ook de luchtkwaliteit, die al slecht scoort, nog verder. Dit heeft directe gevolgen op de gezondheid van de Hallenaar.

Conclusie
  
Heeft de Stad haar eigen ontwikkeling nog in de hand? De twijfel daarover is niet ongegrond.
We vragen aan het stadsbestuur een klare en duidelijke totaalvisie op het toekomstige Halle op gebied van wonen, handel en mobiliteit.