dinsdag 18 april 2017

Mirakelschilderijen op Erfgoeddag in Halle



Tijdens de Erfgoeddag van 23 april met als thema “Zorg” toont de vereniging Pro Arte Hallensis  twee zogenaamde “mirakelschilderijen” in de Halse Sint-Martinusbasiliek. Ghislain Stas van de vereniging  schetst hierna het kader waarin deze activiteit  gesitueerd moet worden:

Op de persconferentie  bij de voorstelling van de Erfgoeddag zullen wij de schilderij "De Clarisse Madonna" voorstellen. Restaurateur en leraar restauratie van de academie van Antwerpen, Johan Van den Eeden zal aanwezig zijn op de persconferentie. Johan is een ervaren restaurateur met specialiteit Rubens en Vandijck.

Hij heeft de twee schilderijen gerestaureerd. Als vriendendienst heeft hij de Clarisse Madonna gratis afgewerkt. De herontdekking en de eerste aanzet voor de restauratie van de Clarisse Madonna gebeurde door wijlen Roger Smellinckx uit Buizingen.

Historiek Pro Arte Hallensis

In 1993 werd Pro Arte Hallensis opgestart. Bedoeling was de mirakelschilderijen die in de torenruimte van de Halse Sint-Martinusbasiliek hingen te restaureren. Deze 21 schilderijen hingen verwaarloosd in de torenruimte onder het roet en onherkenbaar. Samen met de Koning Boudewijn Stichting, de Kerkraad,  en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium werd het project opgestart.

Restaurateur Johan Van den Eeden was er van bij de beginfase bij om het project technisch te begeleiden. Een eerste mirakelschilderij werd uitgekozen en de eerste restauratie gebeurde in de academie van Antwerpen.


Rubensgravure 

Miel Merens, een lid van Pro Arte Hallensis, ging op speurtocht en ontdekte in het Tylermuseum in Nederland een Rubensgravure met de Madonna van Halle. Het  eerste schilderij was een "duiveluitdrijving" die ook vooraan op de Rubensgravure staat. Al de thema's van de gravure vinden wij terug in de 21 mirakelschilderijen.


Uit de reserve van de basiliek

Uit principe mogen de sponsors zelf hun schilderijen kiezen. Tien jaar geleden waren wij in de kelder van de basiliek. Roger Smellinkx, die ook aanwezig was, vroeg mij of hij een schilderij buiten de reeks van de mirakelschilderijen mocht restaureren. De familie Barbe uit Halle vond deze madonna mooi.

"Clarisse Madonna"

Roger zette zich aan het werk :  opkuisen van dit vervuilde paneel, plakken van de scheur in het midden van het paneeltje. Uit onderzoek van het paneeltje bleek dat achteraan het merkteken stond van de leverancier van de familie Breughel. Uit het opschrift vooraan kon Roger vaststellen  dat de schenker Clarisse was. Clarisse was een lakenkoopman uit Rijsel en goede vriend van Rubens. Roger liet een infrarood onderzoek doen door Luc Van Asten in Hasselt. Hieruit bleek dat het portret van Clarisse bijgewerkt was.

Volgens Roger werd dit paneeltje geschilderd in het atelier van Rubens. Rubens zou het gezicht van Clarisse op paneeltje met enkele penseeltrekken verbeterd hebben.

Vermits Rubens en Helene Fourment (volgens mondelinge overlevering/Claude Geeraerts uit Hondzocht) regelmatig op bezoek waren  bij de familie Richardot op het (nu verdwenen) kasteel van Lembeek, zou het kunnen dat Clarisse de schilderij liet maken in het atelier van Rubens.

Volgens Johan Van den Eeden is dit een topwerk.

 "De Madonna der gehangenen met zicht op het middeleeuwse Halle" 

Het is eerder toevallig dat dit schilderij nu reeds gerestaureerd is. Bij het bezoek aan de reserve was er ook een leerling-restaurateur van de academie van Anderlecht aanwezig. Hij vroeg mij of hij de "Madonna der gehangenen" mocht restaureren. Ik vroeg raad aan Johan Van den Eeden.

Hij vond dit een te mooi werk om het laten restaureren door minder ervaren restaurateurs. Anne Renaux, voorzitter van de Kerkraad vroeg een prijsofferte aan Johan. Het bedrag overschreed echter de limiet van de openbare aanbesteding.

Ik stelde voor dat de Kerkraad de eerste schijf zou financieren en dat wij voor de rest een sponsor zouden zoeken. Toevallig sprak architect Andre Vananechel met zuster Marie-Francoise in de basiliek. Zij verwees hem naar mij.  Zo kon Johan Van den Eede dit werk professioneel restaureren.

Historisch is dit waarschijnlijk ook ,het "oudste fotografisch zicht" op Halle met in de verte  de nog Gotische toren. Links ziet men waarschijnlijk de toren van het "verdwenen kerkje van Eisinghen" (Buizingen)  en rechts "Stroppen", waar de galg stond.


Erfgoeddag


Op zondag 23 april 2017 kan u deze twee schilderijen van nabij bewonderen in de basiliek van Halle (van 11 u tot 16 u 45).

De twee schilderijen zullen opgesteld staan in de Mariakapel. Een restauratrice van de academie van Anderlecht zal aanwezig zijn en restauratie-technieken uitleggen. De leden van Pro Arte Hallensis zorgen voor de nodige informatie.

zondag 16 april 2017

Brouwers over Teirlinck en zijn Huis op de Uwenberg



In Knack van 12 april 2017 verscheen een  merk- en lezenswaardige bijdrage van Jeroen Brouwers, de Nederlandse schrijver die ergens in de Kempen jarenlang een illegaal bouwsel heeft betrokken. Hij schrijft in een mengeling van minachting en bewondering over Teirlinck, zijn huis op de Uwenberg, Beersel en de dorpsbewoners.  Lees de tekst hierna, en onze commentaar aan het einde.




50 jaar na zijn dood: Jeroen Brouwers wil eerherstel voor Herman Teirlinck

De vijftigste verjaardag van het overlijden van schrijver-toneelauteur Herman Teirlinck ging 'in krakende stilte' voorbij. Schrijver-bewonderaar Jeroen Brouwers wil eerherstel, voor hem en voor zijn huis.
50 jaar na zijn dood: Jeroen brouwers wil eerherstel voor Herman Teirlinck
Herman Teirlinck. 'De leermeester lijkt in Vlaanderens collectieve geheugen te zijn verdampt.' © Letterenhuis Antwerpen
Een saai dorp, Beersel, gesitueerd in het finaal verpeste prachtige landschap van eeuwen her, alleen nog te zien op taferelen van Brueghel de Oude. De Brusselse Ring en de E19 doorkerven er nu de vergezichten als krassen in klassieke schilderijen.

Dat dit zou gebeuren werd met diepe vrees voorzien door Herman Teirlinck, vroeg in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de graafmachines zich als vratige monsters op zijn horizonnen begonnen af te tekenen. Met de naïviteit als van een oud kind, hij was de zeventig gepasseerd, stelde hij de overheid nog alternatieve routes voor, teneinde de snelwegen om het 'Brabants Brueghelreservaat', zoals hij het noemde, heen te leiden. Beleefd en met verheven ontzag, hij verkeerde tenslotte met koningen, aanhoorde men hem maar negeerde uiteraard zijn advies.

Mecenas

Teirlinck woonde van 1930 tot zijn dood in 1967 in Beersel, Uwenberg 14. Eerder was die berg een geliefd rustpunt tijdens zijn wandelingen geweest om er het glorieuze panorama van de Zennevallei op zich te laten inwerken. Hier zou ik graag wonen, zei hij tegen 'een vriend en mecenas'. Deze antwoordde hierop: dan laat ik hier een huis voor je neerzetten waar je tot je laatste adem in kunt wonen. Zo wil het althans de Teirlinckliteratuur. Over wie het hier gaat heb ik nooit kunnen achterhalen. Als er nog zulke mecenassen bestaan, doe mij er dan ook maar een.

De schrijver zou het huis zelf hebben ontworpen met raadgevingen van een andere vriend, de architect-kunstenaar Henry van de Velde, die hij later nog zou opvolgen als directeur van het theaterinstituut Ter Kameren. Van de Velde had ook de hand in de inrichting van het huis: onder meer ontwierp hij een bureau waaraan de meester zou kunnen werken wijl hij, als zijn blik zou afdwalen van zijn manuscripten, door het raam het landschap kon inademen. Tamelijk lang van postuur, kreeg deze echter zijn knieën niet onder het schrijfblad gekreukeld, zodat hij zijn toevlucht nam tot een in- en uitklapbaar metalen tafeltje, dat hij kon neerzetten waar het hem beliefde, maar bij voorkeur zat hij aan de keukentafel.

Het sierlijk-aristocratische meubilair uit Teirlincks werkkamer verhuisde na zijn dood naar wat in zijn dagen nog het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven heette, thans Het Letterenhuis, waar de directrice, Leen Van Dijck, zich er tot op de huidige dag mee omringt. Korter en tengerder als zij is, lijkt het bolpotige schrijfmeubel op haar maten in plaats van op die van Teirlinck te zijn geconstrueerd. Teirlinck, van en omtrent wie Het Letterenhuis een schat aan documenten en nog andere parafernalia conserveert, wachtend op een biograaf, zou zo tussen zijn eigen huisraad en papieren kunnen terugkeren.

In zijn Beerselse huis is niet bijster veel achtergebleven dat nog aan hem herinnert, maar dat vouwtafeltje is er blijven staan, alsook een fles geuze uit 1925. En het huis zelf is natuurlijk blijven staan, met geschilderde taferelen uit Reinaard de Vos in het portiekje, omsloten door een ruime tuin, aan de overkant een kroeg. Er zou een foto bestaan van de laatste keer dat Teirlinck het beklinkerde paadje tussen zijn voordeur en de straat afging, genomen uit het bovenraam van de drankgelegenheid door de echtgenote van de uitbater: de gestorven bewoner in zijn kist op weg naar het kerkhof. Hij overleed op 4 februari, dit jaar een halve eeuw geleden.

Verdampt, verwaterd

Werd aan deze mogelijkheid tot herdenken in krakende stilte voorbijgegaan, - Herman Teirlinck, de persoonlijkheid, de schrijver, tekenaar, toneeltheoreticus, oprichter van tijdschriften, bedenker van de Arkprijs van het Vrije Woord, eredoctor aan vier universiteiten, Herman Teirlinck de veelzijdige, de leermeester lijkt in Vlaanderens collectieve geheugen volledig te zijn verdampt - zijn idyllische Uwenberghuis bleef in de belangstelling.

Na zijn dood kwam het onder beheer van de gemeente Beersel en werd het een museumpje annex kunstgalerie, al heeft het in die eerste hoedanigheid nooit iets voorgesteld en bleef het afwerend gesloten voor wie er tijdens bezoekdagen en -uren argeloos aanbelde. Metterjaren kwamen er hoge onderhoudskosten aan, terwijl tezelfdertijd 'de lokale verankering', zoals het werd genoemd, verwaterde. In 2013 ging de instelling dicht, verontwaardiging en protesten alom, hoewel er niemand meer een voet binnenzette, en onlangs besloot de gemeente het pand te verkopen. Weinig belangstelling, al had ik er misschien, ik zeg misschien, wel willen wonen, want de vraagprijs was al te bespottelijk en er werd als voorwaarde gesteld dat de optrek voor een of andere culturele aangelegenheid bestemd moest blijven, aangezien 'de dorpsbewoners de weg naar het huis moeten terugvinden' (De Morgen, 24 februari 2017, magisch toevallig de geboortedatum van Teirlinck in 1879).




'Als hij bij de koning was geweest, nuttigde Teirlinck op straat een zak friet met pickles.'
'Als hij bij de koning was geweest, nuttigde Teirlinck op straat een zak friet met pickles.'  © Letterenhuis Antwerpen
Er meldde zich een mecenas. Alweer een. Geen die anoniem zou blijven zoals die van acht decennia eerder: hij heet Gino Coorevits, makelaar in onroerend goed. Hij stelt het huis voor vijfendertig jaar in erfpacht ter beschikking voor iets moois. 

Daar gaan we. Het blijkt onder meer een 'residentie voor schrijvers en theatermakers' te worden. Alleen dat woord al: schrijvers en tonelisten die zich solitair voor enige tijd in gepeinzen afzonderen in een 'residentie', zijnde zoiets als het Paleis in Laken, het verblijf van een zeer hoog boven het grauw verheven geachte personaliteit.

Niet zo iemand als Teirlinck is geweest in ieder geval. Die bleef in al zijn statigheid en aanzien 'volks', sociaal belangstellend en beminnelijk voor iedereen. Als hij bij de koning was geweest, om deze te adviseren als ereraad voor Kunst en Wetenschap, nuttigde hij op straat een zak friet met pickles, want ten paleize kon er voor de ereraad nog geen kopje thee van af. Hij was een verwoed 'koejonnen'-speler (een kaartspel) met de champetter des dorps of andere Beerselaren in de Drie Fonteinen, zijn vaste kroeg, waar hij de patron had geleerd hoe lambiek te brouwen. Teirlinck deed aan boogschieten, behaalde daar prijzen mee en bracht het tot voorzitter van de Landsbond der Wipschieters. Hij was ook president, als zodanig getooid met een lauwerkroon rond de slapen, van de Mijolclub, ook in de Drie Fonteinen, maar uitsluitend toegankelijk voor schrijvers en intellectuelen en zulk soort lieden, mits ze van mannelijke kunne waren, vrouwen werden absoluut geweerd.

Behalve uit de beoefening van het bakspel - men probeert een bronzen schijf door een gat in een houten bak te mikken - bestonden de clubactiviteiten uit dineren en stevig drank innemen, alles begeleid door het debiteren van gore moppen, welke volgens de geschreven overleveringen echter zouden zijn 'gelouterd door de hoogliteraire stijl'. Zelf schrijver zijnde geloof ik het laatste voetstoots.

Residentie

De Drie Fonteinen bestaat nog, maar de galm uit Teirlincks jaren is er verstomd. In Beersel sluimert een kasteel uit de veertiende eeuw, waar in de zomer dagjesmensen komen, Willy Vandersteen gebruikte het als locatie voor een Suske en Wiskeverhaal: De schat van Beersel, waarmee niet het Verzameld Werk van Herman Teirlinck wordt bedoeld. Het dorp bestaat uit lange verlaten straten, nauwelijks een levend wezen te zien, niks te beleven. Op het al even saaie kerkhof ligt het graf van Teirlinck er stoffig en in de steek gelaten bij, geen Beerselaar die de zerkplaat eens een sopje geeft, laat staan er een bloem op achterlaat om de oud-dorpsbewoner met een kleine blijk van eer te gedenken. Te hopen valt dat de dorpsbibliotheek de boeken van Teirlinck nog op de planken heeft en dat enige toekomstige gast in de Uwenbergresidentie één ervan tenminste, misschien, al is het vluchtig, zal doorbladeren. Hij schreef epossen als Het gevecht met de engel, Rolande met de bles, Maria Speermalie, Mijnheer J.B. Serjanszoon, orator didacticus, Het ivoren aapje en nog meer. Hij was de grootste Vlaamse schrijver vóór Louis Paul Boon en Hugo Claus, die hem beiden hebben bewonderd. Teirlincks oeuvre is archaïsch geworden en kan mogelijk wat kregel wekken vanwege de overgestileerdheid van veel van zijn proza, maar het blijft rijk en soeverein.

Zijn er vijftig jaar geleden, toen Teirlinck stierf, nieuwe Vlaamse, Brusselse, Nederlandse schrijvers (m/v) geboren, die nu gerechtigd zouden zijn een poos in de heilige residentie hun intrek te nemen? Yves Petry en Anton Dautzenberg. Deze twee acht ik er zonder meer op hun plaats. Saskia Noort niet, maar weer wel Yasmine Allas en Amélie Nothomb. Teirlinck was gelukkig in zijn Uwenberghuis, waar hij rust en inspiratie vond voor zijn geschriften. Dat moet zo blijven voor iedereen die er residentieel gaat logeren, tot opnieuw vijftig jaar, als er opnieuw nieuwe schrijvers zullen zijn geboren.

Nota van Zenne en Zoniën

Merk op hoe Brouwers op het randje van het cynisme schrijft en oordeelt over Beersel, dorpsbewoners, intellectuelen, eenvoudige en gecompliceerde zielen en lieden, vastgoedprijzen, mecenassen, zijn eigen literaire collega's en vijanden, de artistieke beau monde, de  schrijvende en kakelende intellectuele bovenklasse ( vul zelf in of aan tot welke categorieën Jeroen zelf  wel of niet behoort)   kortom alles en iedereen die de door hem aanbeden Teirlinck ook voor onze streek waardevol, bewonderenswaardig, sympathiek vond.  Als Beersel  al een boerengat is (why not?) dan horen literatoren er thuis. Waar zouden ze zich anders druk om maken?

Halle in Brussel

De gratis krant Metro bericht in haar editie van 14 april  2017 (Goede Vrijdag) over de wereldberoemde hyacinten van het Hallerbos. Geen echte primeur, de gazetten bulken er van.  Maar toch weer mooi meegenomen.

Bij Metro leven ze wel op een andere planeet dan op onze moeder Aarde. Of kijken ze vol verwachting uit  naar een heel verre toekomst. 

Bij hen geen Paaseieren, wel Vijgen voor Pasen: de redactie situeert  het Hallerbos onvervreemd en ongezouten in Brussel.

Nu is Brussel wel van zoveel  zwaarwichtige instellingen en problemen de hoofdstad, dat ze er bij Metro de tel bij verliezen, maar volgens ons is en blijft  Halle de universele Blauwe Bloemenhoofdstad. Pak ons dat nu toch niet af.




Gratis Boek in Beersel
23 april Gratis boek bij Zenne en Zoniën op Wereldboekendag


Op 23 april is het in meer dan 100 landen Wereldboekendag. 23 april is de sterfdag van auteurs als William Shakespeare, Miguel de Cervantes en Garcilaso de la Vega. Reden genoeg voor UNESCO om die dag tot Wereldboekendag uit te roepen. De traditie bestaat al langer: de Catalanen vieren op 23 april jaarlijks ook het feest van Sint-Joris: de mannen schenken aan de vrouwen een roos en de vrouwen schenken aan de mannen een boek. Op die dag worden er in Catalonië maar liefst 4.000.000 rozen geschonken en 400.000 boeken. Een traditie die navolging verdient!

Ter gelegenheid van Wereldboekendag biedt ook streekvereniging Zenne en Zoniën graag twee oude uitgaven, namelijk Een Verwarde Zaak van Hendrik Conscience en een boek van diverse auteurs over Herman Teirlinck, gratis aan geïnteresseerden aan.  Het boek van Conscience speelt zich af in de streek tussen Zenne en Zoniën, meer bepaald in Dworp en omgeving.  De uitgave “Herman Teirlinck” kwam er naar aanleiding van de oprichting van het Teirlinckhuis en museum aan de Uwenberg in het centrum van Beersel.

Hoe gaat dat nu praktisch in zijn werk? Heel eenvoudig :Tussen 23 april en eind mei kunnen bezoekers van het toerismekantoor  van Beersel (Bezoekerscentrum 'De Lambiek', Gemeenveldstraat 1, 1652 Alsemberg, Telefoon: 02 359 16 36) een gratis exemplaar meenemen. Ze hoeven enkel ter plaatse hun adresgegevens aan de toerismedienst (en aan Zenne en Zoniën) te bezorgen.

De actie gebeurt in samenwerking met het Rodenbachfonds, waarbij Zenne en Zoniën recent is aangesloten, en met de bereidwillige medewerking van Toerisme Beersel.

www.wereldboekendag.be
www.zevendekracht.blogspot.be
www.toerismebeersel.be
www.rodenbachfonds.eu


 
Wereldboekendag met 

Teirlinck  en Conscience